Taal woordenschat Thema 6 - groep 6

1234567891011121314151617181920212223242526
Across
  1. 1. het kijken
  2. 2. iets waar je je aan vast kunt houden, waar je steun aan hebt
  3. 5. zonder fouten
  4. 6. ergens achterkomen
  5. 10. de manier waarop je je gedraagt tegenover anderen
  6. 11. de band die je met iemand hebt als je elkaar in de ogen kijkt
  7. 13. iets wat vanzelf gaat, wat je niet hebt hoeven leren
  8. 16. als je niet doet wat je van tevoren hebt gezegd
  9. 18. in vergelijking met iets anders
  10. 21. aangeven waar de grens (van een gebied) ligt
  11. 22. als je doe wat je van tevoren hebt gezegd
  12. 24. geeft een tegenstelling aan; hoewel
  13. 25. als twee dingen met elkaar te maken hebben
  14. 26. het geluid van de wind dat op huilen lijkt
Down
  1. 1. het begrijpen, je kunnen inleven in een ander
  2. 3. heel erg donker
  3. 4. iemand die tot dezelfde groep behoort of een dier dat tot dezelfde soort behoort
  4. 7. de strijd tussen mensen of dieren om de beste plek
  5. 8. ervoor zorgen dat iets bij iets anders past
  6. 9. een sein of teken dat aangeeft dat je iets moet doen of dat er iets moet gebeuren
  7. 12. het gebied dat een mens of dier ziet als zijn leefgebied
  8. 14. zo goed als
  9. 15. over gebruik van iets of iemand kunnen maken
  10. 17. wanhopig
  11. 19. zonder gevoel
  12. 20. tussen licht en donker in, vlak voordat de zon opkomt of vlak nadat die ondergaat
  13. 23. een groep wolven die samenleeft