Taalactief woorden lesmoment 5 en 6

12345678
Across
  1. 4. Je kan het meemaken of je kan het ...
  2. 6. Je moet vertellen waarom iets gebeurd is
  3. 7. Een beeld dat je kunt zien als je slaapt
  4. 8. Je vertelt iets dat eigenlijk niet waar is
Down
  1. 1. Als je met iemand een afspraak maakt om iets te doen
  2. 2. Je vraagt iets heel lief omdat je het heel erg graag wilt
  3. 3. Een naam hebben
  4. 5. Als je iets gezegd hebt dat je zeker zult doen