taalhuis 1

12345678910111213141516171819202122232425262728
Across
  1. 2. de onderste kleur van de Nederlandse vlag
  2. 4. hier doe je boodschappen
  3. 5. maaltijd tussen de middag
  4. 6. Gelderland is een ... van Nederland
  5. 7. 1000 gram
  6. 9. hier haal je medicijnen op recept
  7. 11. tafel, stoel of kast
  8. 12. dit dier legt een ei
  9. 13. hier koop je brood
  10. 16. tanden en kiezen
  11. 18. 15 minuten
  12. 19. hieruit drinke je water of frisdrank
  13. 20. hiermee doe je de deur op slot
  14. 24. hier koop je vlees
  15. 25. zit aan je voet
  16. 26.
  17. 27. 1.000.000
  18. 28. dat zeg je tegen iemand die ziek is
Down
  1. 1. twaalf maanden is een ...
  2. 3. lichaamsdeel met ogen, oren, mond en neus
  3. 5. niet vies maar ...
  4. 6. tussen arm en hand
  5. 8. niet rustig maar ...
  6. 10. ander woord voor dokter
  7. 11. niet gisteren, niet vandaag, maar ...
  8. 13. hiermee kan je beter zien
  9. 14. geen dorp maar een ...
  10. 15. hier moet je betalen
  11. 17. een sneetje brood
  12. 21. hiermee eet je soep
  13. 22. een lage schoen
  14. 23. eerste, tweede, ...
  15. 24. ketting, armband, ring of oorbel