Taaljournaal Groep 4 Week 31/32

1234567891011121314
Across
  1. 2. Langzaam. Heel erg langzaam. "Loop een door Simon en Eliza, jullie lopen erg ......". Het rijmt op "droom".
  2. 5. Een tas waar je je sportspullen in meeneemt, zoals je sportschoenen en een t-shirt.
  3. 6. Bij dit soort sport moet je met elkaar vechten. Bijvoorbeeld judo of karate.
  4. 8. Als je wint, dan behaal je de ............ (ov-win-ning-er)
  5. 11. Heel erg goed of mooi of lekker. In dit woord zit het woord "tas" verstopt.
  6. 14. Een sport waarbij je in witte jassen vecht zonder de ander pijn te doen. Het rijmt op "kudo".
Down
  1. 1. Een sport waar je probeert zo hoog mogelijk te springen. Je springt over een lat, op de mat.
  2. 3. Een dik kleed. Judo doe je bijvoorbeeld op een ........ Als je dan valt, heb je geen pijn.
  3. 4. Hier moet de bal in. Dan scoor je een punt. Het heeft vaak twee palen en een lat.
  4. 7. Schreeuwen omdat je blij bent. Ik ben aan het ........ omdat Ajax heeft gewonnen met 3-0.
  5. 9. Dit dier lijkt op een paard en heeft lange oren. Een bekende ..... is Iejoor, van Winnie de Poeh. Het dier is vaak grijs.
  6. 10. Dit is een spel. Je staat met je voeten in een zak en probeert zo hard mogelijk te lopen. Vaak speel je dit op Koningsdag.
  7. 12. Heel, heel, heel erg trots. Er zit een dier in dit woord. Dit dier lijkt op de mens.
  8. 13. Oefenen om beter in iets te worden. Eliza moet op donderdag na de NSC gelijk .......... voor voetbal.