Taaljournaal groep 7 week 7 en 8

12345678910111213141516
Across
  1. 2. tevoorschijn komen.
  2. 4. heel kleine bultjes op je huid. Je krijgt het als je het koud hebt.
  3. 5. een deel van een stad of een dorp.
  4. 8. een plek met bloed onder je huid doordat er een adertje kapot is gegaan, een blauw plek.
  5. 11. het in de war zijn.
  6. 12. een ronde, witte, eetbare paddenstoel.
  7. 14. een besmettelijke ziekte die zich snel verspreidt onder mensen of dieren.
  8. 15. koud en winderig
  9. 16. een draaierig gevoel.
Down
  1. 1. de plek waar twee botten bij elkaar komen. Door je gewrichten, zoals je polsen en je knieën kun je alles bewegen.
  2. 3. je banden om een gewricht uitrekken. Het kan gebeuren als je bijvoorbeeld je voet verkeerd neerzet.
  3. 6. als je hersens een flinke schok hebben gekregen door een harde klap op het hoofd.
  4. 7. hoewel, toch.
  5. 9. stoep
  6. 10. ergens de winter doorbrengen.
  7. 13. een bepaalde stof waarvan je ziek kunt worden.