Across
- 2. Als je op iets of iemand let.
- 5. We hebben evenveel punten.
- 6. Durven.
- 7. Je maakt bijna geen fouten.
- 9. Een groep mensen die samen een sport doet.
- 10. We hebben verloren, we kunnen wel tegen ons verlies.
- 12. Doen wat er is afgesproken.
- 15. Storen.
- 17. Je weet niet precies wat er gaat gebeuren.
- 18. Iemand lelijke namen geven.
- 20. Je bent nog niet aan de beurt en doet alsof dat wel zo is.
Down
- 1. We hebben gewonnen, de winst is voor ons.
- 3. Boos worden als je niet wint.
- 4. Stiekem.
- 8. Iets wat niet waar is.
- 11. Onaardige dingen over iemand zeggen.
- 13. Hoeveel punten elk team heeft.
- 14. Je zegt op een vervelende manier wat anderen moeten doen.
- 16. Denken dat het waar is.
- 19. Een doelpunt maken.
