Across
- 4. Stiekem.
- 5. Je maakt bijna geen fouten.
- 6. Hoeveel punten elk team heeft.
- 8. Onaardige dingen over iemand zeggen.
- 9. Je bent nog niet aan de beurt en doet alsof dat wel zo is.
- 11. Boos worden als je niet wint.
- 16. We hebben gewonnen, de winst is voor ons.
- 17. We hebben verloren, we kunnen wel tegen ons verlies.
- 20. Je weet niet precies wat er gaat gebeuren.
Down
- 1. We hebben evenveel punten.
- 2. Durven.
- 3. Doen wat er is afgesproken.
- 7. Een doelpunt maken.
- 10. Als je op iets of iemand let.
- 12. Een groep mensen die samen een sport doet.
- 13. Denken dat het waar is.
- 14. Storen.
- 15. Iemand lelijke namen geven.
- 18. Iets wat niet waar is.
- 19. Je zegt op een vervelende manier wat anderen moeten doen.
