Taallab

123456789
Across
  1. 3. Gewichtig zijn, er toe doen
  2. 5. Van doorslaggevend belang, essentieel
  3. 6. Aansporen/stimuleren om iets te doen
  4. 7. Op prijs stellen
  5. 8. Het Noorderlicht is een magnifiek ...
  6. 9. Zonder onderbreking of tussenpersoon, direct
Down
  1. 1. Duidelijk, tastbaar, niet abstract
  2. 2. We zullen alle risico's ..., zodat we beter voorbereid zijn.
  3. 4. De bel ... door de gang.
  4. 9. Net, juist