Taalontwikkeling.

1234567891011
Across
  1. 1. Als de oudere baby hele gesprekken voert met bekenden en daarbij soms herkenbare of zelfgemaakte klanken gebruikt, dan komt hij in de fase van het ................... brabbelen.
  2. 3. Als peuters zich niet goed verstaanbaar kunnen maken of het juiste woord niet vinden dan kan dit leiden tot een ............... .
  3. 5. Als de jonge peuter inziet dat bepaalde klanken een betekenis hebben voor andere mensen dan ontstaat ............. .
  4. 8. Vlot ................. met kinderen is een belangrijke attitude om aangenaam met kinderen om te gaan.
  5. 9. Tussen 2 en 3 jaar is het belangrijk om de ................ vragen te beantwoorden.
  6. 10. Met één woord maakt de peuter duidelijk wat hij bedoelt. Hierbij speelt de ............... een grote rol.
  7. 11. Rond 2.5 jaar gebruikt de peuter het woordje " ............. ".
Down
  1. 2. Gericht ............. is een voorwaarde dat maakt dat een baby geluiden of klanken begrijpt.
  2. 4. Door geluiden te produceren drukt de baby uit dat hij zich goed voelt.
  3. 6. Het huilen en de .................. zijn de eerste middelen die de baby gebruikt om iets duidelijk te maken.
  4. 7. Als de baby medeklinkers voor de klinkers plaatst dan ontstaat stilaan het ............... .
  5. 10. Na het begrijpen van klanken komt de baby stilaan tot het .................. van klanken.