Taalschat blok 5 - opdracht 23 en 24

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 3. dwingende, waar je niet omheen kunt
  2. 4. afzetten
  3. 7. ingegewikkeld
  4. 10. onderzoeken wat goed en wat slecht aan iets was
  5. 12. verschijnselen die optreden bij een bepaalde ziekte
  6. 14. inzetten in levend weefsel
  7. 16. jong iemand die veel geld verdient en een luxe leven leidt
  8. 17. onvoorbereid uitvoeren
  9. 19. innen
  10. 20. uitdagen, uitlokken
  11. 22. indruk maken
  12. 23. paraatheid gebracht voorbereid om onmiddelijk te kunnen worden ingezet
Down
  1. 1. reeks nare situaties waarje niet uitkomt omdat ze elkaar versterken
  2. 2. zeer groot, wezelijk
  3. 5. geurig maken
  4. 6. fijngevoeligheid/overgevoeligheid
  5. 8. langdurig
  6. 9. middel
  7. 11. ietsals volmaakt voorstellen
  8. 13. iemand die alle kenmerken bezit
  9. 15. blijvend
  10. 18. naar een hogere klasse of functie gaan
  11. 21. vol energie, wilskracht