Across
- 2. Zijn tegenstander biedde hem voor de wedstrijd nog ___ aan, maar hij heeft het gelukkig niet aangenomen. Echte winnaars laten zich niet omkopen!
- 6. Zo komt hij niet vaak in ___ met iemand, aangezien hij heel vriendelijk en sympathiek is.
- 7. Hij doet ook aan kickbox, en ___ tijdens wedstrijden met zijn tegenstander om de titel.
Down
- 1. Hij is een echte ijdeltuit. Elke dag ___ hij met al zijn nieuwe, mooie kleren.
- 3. Bovendien is hij een echt ___, en helpt hij zijn moeder met veel klusjes in huis.
- 4. Dit maakt hem erg ___ bij de meisjes, aangezien ze allemaal graag zijn liefje willen zijn.
- 5. Drie keer ___ wie de laatste wedstrijd gewonnen heeft? Inderdaad, hij dus.
