Taalverhaal - Hoofdstuk 2

12345678910111213141516
Across
  1. 1. Iemand gerust maken
  2. 4. Zoveel als in je hand gaat
  3. 6. Auto met chauffeur die je tegen betaling ergens naar toe brengt
  4. 7. Een klein stuk gereedschap waarmee je kunt scheppen
  5. 8. Spullen die je bewaart om later te gebruiken
  6. 10. Klein knaagdier
  7. 11. Voedsel van planten
  8. 12. Reptiel dat met een schild bedekt is
  9. 13. Kast waarin eten koel gehouden wordt tegen het bederven
  10. 15. Een van de delen van de wereld, zoals Amerika
  11. 16. Onderkant van een voorwerp
Down
  1. 2. (van katten) Een zacht brommend geluid maken
  2. 3. Boekje waar in staat wie je bent, wat je nodig hebt om te reizen
  3. 4. Deel van een hondenriem
  4. 5. Uitsparing in muur met glas erin
  5. 9. Dicht doen
  6. 14. Bang zijn dat iets fout gaat