test 3

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 2. Mijn gegevens ... niet.
  2. 4. Ik werk halftijds en mijn man werkt ...
  3. 5. niet rechts
  4. 7. Ik probeer hem al de hele dag te bellen, maar ik kan hem niet ...
  5. 8. In Belgiƫ zijn mensen ... om te stemmen.
  6. 10. Er is een ... gebeurd, mijn huis is afgebrand.
  7. 12. bladzijde
  8. 17. Dit is een ... straat, je kan niet verder op het einde.
  9. 19. direct
  10. 21. nieuwsgierig
  11. 22. Aan zee maak ik lange wandelingen op het ...
  12. 23. Veel mensen ... over het slechte weer.
Down
  1. 1. Hij krijgt alles wat hij wil, hij is ...
  2. 3. 9000 is de ... van Gent
  3. 4. omgekeerde van nadeel
  4. 6. Ik steek de brief in een ...
  5. 8. delete
  6. 9. Ik heb een huis gekocht, ik moet het nog ...
  7. 11. In het weekend kan ik tot 10u ...
  8. 13. toestel
  9. 14. Je moet de straat op het zebrapad ...
  10. 15. gebruiksaanwijzing
  11. 16. Wij willen de wedstrijd niet ...
  12. 18. Hij is ... aan alcohol, hij kan niet zonder.
  13. 20. Ik lees elke avond een ... uit dit boek.