th 6 les 11 kruiswoord

12345678910
Across
  1. 2. de taal die mensen met hetzelfde beroep (vak) met elkaar gebruiken.
  2. 4. een taal met eigen woorden en zinnen die jongeren onder elkaar gebruiken.
  3. 8. langzaam en geleidelijk.
  4. 9. de geheimtaal.
  5. 10. beweren, zeggen dat iets zo is.
Down
  1. 1. zoveel je maar wilt.
  2. 2. iets waar je als persoon slechter, armer van wordt.
  3. 3. de schuld leggen bij.
  4. 5. genoeg hebben aan.
  5. 6. heel erg raar, belachelijk.
  6. 7. van alles door elkaar.