Across
- 12. de eerste kennismaking met de nieuwe toneeltekst: de regisseur laat de acteurs hun tekst voorlezen en geeft hen informatie over het stuk, hun rol enz.
- 13. de persoon die de muziek schrijft voor de voorstelling
- 14. selectieprocedure waarbij men kandidaten test of ze geschikt zijn voor een rol
- 18. een voorwerp dat op het toneel wordt gebruikt bij het spel en niet behoort tot het decor of het kostuum
- 19. samenkomst van de acteurs om de voorstelling te oefenen
- 21. de persoon die het decor en de kostuums ontwerpt
- 24. de laatste repetitie voor de premiére, een repetitie met alles erop en eraan
- 25. een onderdeel van een toneeldecor aan de zijkant van het toneel. Het is het onderdeel waar de spelers achter vandaan komen (opkomen)
- 28. de persoon die verantwoordelijk is voor alle voorwerpen die in de voorstelling gebruikt worden
- 29. de persoon die zich bezighoudt met de keuze en de bewerking van de stukken, hij levert ook de informatie voor de affiche, persmap enz.
- 30. ontwerper van dansbewegingen en balletten
Down
- 1. treurspel, toneelstuk dat vaak slecht afloopt
- 2. hij zorgt voor de verplaatsing van het decor en voor de decorwisselingen tijdens de voorstellingen
- 3. rechtstaand applaus
- 4. acteren zonder script, zonder vooraf af te spreken wie wat zal zeggen en doen
- 5. de repetities waarbij men nog geen bewegingen maakt, alleen maar de tekst zegt
- 6. persoon die voor de belichting zorgt
- 7. opzettelijk de voorstelling verstoren door medespelers aan het lachen te brengen
- 8. iemand die zachtjes teksten voorzegt voor toneelspelers die hun tekst vergeten zijn, staat naast het toneel
- 9. het schminken, wat door beroepsacteurs zelf wordt gedaan
- 10. blijspel, een vrolijk en grappig toneelstuk
- 11. applaus midden in een scène
- 15. een notitieboek met rechts de toneeltekst en links alle regieaanwijzingen, lichtstanden en geluidseffecten
- 16. hij coördineert het hele gebeuren en zorgt dat alles goed ‘draait’, hij is op de hoogte van alles en is tijdens de voorstelling ook de ‘baas’
- 17. de eerste voorstelling van een nieuw stuk
- 20. toneelstuk waarin maar één speler voorkomt
- 22. persoon die de repetities leidt, hij geeft aan hoe de acteurs moeten spreken en bewegen
- 23. iemand die een kleine rol heeft in een voorstelling, meestal zonder tekst
- 26. acteur die voor de eerste keer optreedt
- 27. het geheel van acteurs die in een toneelstuk spelen
