Thema 1 - week 2

12345678910111213
Across
  1. 4. Precies zo worden als de mensen om je heen, je neemt hun manieren over.
  2. 5. Waar iemand vandaan komt, wat hij vroeger heeft gedaan of geleerd.
  3. 6. Iemand die in het land woont waar hij geboren en opgegroeid is.
  4. 7. De manier waarop mensen leven en met elkaar omgaan.
  5. 11. Je gaat er niet tegenin, het is zo.
  6. 12. Er zijn er een heleboel bij elkaar.
  7. 13. Twee mensen bij elkaar brengen.
Down
  1. 1. Als je ergens niet op let.
  2. 2. Als je iemand verkeerd begrijpt.
  3. 3. Iemand uit een ander land die in Nederland is gaan wonen.
  4. 8. De godsdienst.
  5. 9. De afspraken over hoe je je moet gedragen.
  6. 10. Iets rijker en waardevoller maken.