Across
- 2. wat je ruikt
- 4. de maaltijd in de ochtend
- 6. werkblad in de keuken
- 7. warm maken
- 10. Ik voel me ziek, ik voel me niet ...
- 11. het ijs van bevroren dingen laten smelten
- 15. een bakpan met een lange steel
- 17. pijn aan je kiezen
- 19. de dokter waar je naartoe gaat als je ziek bent
- 20. de eerste tanden
- 21. de tafel klaarmaken voor het eten = de tafel ...
- 22. apparaat dat meet hoe warm of koud iets is
- 23. erg lekker
Down
- 1. de tafel waaraan je eet
- 3. het nakijken of iets of iemand in orde is
- 5. lepels, vorken en messen
- 8. een klein beetje koorts
- 9. gevoel dat je moet overgeven
- 12. rommel, rotzooi , varkensstal
- 13. de ruimte waarin je wacht bij de dokter
- 14. dingen bevriezen
- 16. eten klaarmaken
- 18. kouder laten worden
