Thema 2, sport: week 2

1234567891011121314
Across
  1. 1. Bijna nooit.
  2. 7. Manier oom de persoonsvorm te vinden.
  3. 9. Voortdurend.
  4. 10. Oefeningen om je spieren af te laten koelen na het sporten.
  5. 12. Zeuren.
  6. 13. Een groot stuk doek waar dingen op geschreven zijn.
  7. 14. Een stof die je kunt uitrekken. Je kunt er bv elastiekjes en autobanden van maken.
Down
  1. 2. De aandacht krijgen, de beste zijn.
  2. 3. Het moet echt.
  3. 4. Je doet iets waardoor je iemand te slim af bent.
  4. 5. De verlenging is de extra speeltijd, omdat de wedstrijd niet is beslist.
  5. 6. Op een overdreven manier je best doen voor iets.
  6. 7. Oefeningen om je spieren op te warmen voor het sporten.
  7. 8. Als het aan mij ligt.
  8. 11. Als je ergens interesse in hebt, wil je er veel over weten.