Thema 2, week 3. Zintuigen

123456789101112
Across
  1. 3. iets wat je kunt zien
  2. 7. vreselijk
  3. 8. het verschil zien tussen twee dingen
  4. 10. een bol glas waardoor je kleine dingen een beetje kunt vergroten
  5. 11. een grapje
  6. 12. kleine, doorzichtige rondjes die je op je ogen doet om beter te zien
Down
  1. 1. heel erg bang
  2. 2. een apparaat waarmee je kleine dingen heel erg kunt vergroten
  3. 4. als je iets onduidelijk ziet
  4. 5. als je alles duidelijk ziet
  5. 6. bibberen van angst
  6. 9. tenminste