thema 2 woordenschat

12345678910111213141516
Across
  1. 3. Aankomen op de plaats waar je naar op weg was
  2. 5. Fris, gezond, in goede conditie
  3. 7. Informatie op papier over hoe je ergens moet komen
  4. 13. heinde en verre Overal vandaan
  5. 14. Tweepersoonsfiets waarbij je achter elkaar zit en allebei trapt
  6. 15. Kleine winkel met bijvoorbeeld bijzondere kleding of sieraden
  7. 16. Winkel waar sieraden worden verkocht
Down
  1. 1. Winkel waar medicijnen worden verkocht
  2. 2. Bekijken. Bijvoorbeeld: oude gebouwen of steden bezichtigen
  3. 4. Uit elkaar
  4. 6. Als je graag spannende dingen doet
  5. 8. Slapen; de nacht doorbrengen
  6. 9. Daar waar je heen gaat
  7. 10. Formulier waarop staat tot wanneer iets gratis wordt gerepareerd
  8. 11. Iemand schrijven, spreken, bellen, e-mailen enzovoort
  9. 12. Soort gordijn van horizontale latjes dat je aan de buitenkant voor je naam kunt neerlaten