Thema 3 voc

123456789101112131415161718192021222324252627282930
Across
  1. 4. immuun zijn voor bv. antibiotica
  2. 8. persoon die iemand ziek verzorgt
  3. 9. je doet iets positief dat veel andere mensen niet kunnen of durven
  4. 10. plaats waar iemand ziek of oud kan verblijven tijdens de dag (niet slapen)
  5. 12. praten over iets
  6. 15. informatiecampagne
  7. 17. persoon die met jou in de klas zit
  8. 19. een andere persoon ziek maken omdat je zelf ziek bent
  9. 21. met een slecht humeur
  10. 22. conditie
  11. 25. met een goed humeur
  12. 26. plaats waar iemand kan wonen en verzorging krijgt
  13. 27. voorschrift briefje van de dokter om geneesmiddelen bij de apotheker te kopen
  14. 28. iemand vragen om bij je thuis te komen
  15. 29. met veel emoties
  16. 30. na het afwassen, moet je de borden droog maken
Down
  1. 1. soms zijn er 16 cursisten aanwezig, soms zijn het er 12, ...................... is dus 14
  2. 2. slecht, ongezond bv. sigaretten zijn ......... voor de gezondheid
  3. 3. opinie
  4. 5. blij, gelukkig
  5. 6. iemand die denkt dat hij altijd gelijk heeft
  6. 7. spel dat je samen met vrienden of je familie speelt bv. Monopoly, scrabble
  7. 11. een persoon die oudere mensen helpt
  8. 13. een ziekte met als symptomen een lopende neus en niezen.
  9. 14. plaats waar een oudere persoon zelfstandig kan wonen, maar eventueel toch extra zorgen kan krijgen
  10. 16. geneesmiddel voor als je een bacteriƫle infectie hebt
  11. 18. niet veilig
  12. 20. iemand argumenten geven om toch met jou akkoord te gaan
  13. 23. iets proper maken door het onder stromend water te houden
  14. 24. oudere persoon