Thema 3, week 1. Mijn school

123456789101112
Across
  1. 2. mooi
  2. 3. verband dat heel hard wordt. De dokter doet dit om je been als het gebroken is
  3. 5. alle spullen in een kamer op de goede plek neerzetten
  4. 9. alle meubels bij elkaar, bijvoorbeeld alle stoelen, kasten en tafels.
  5. 11. iets is steeds anders, je verveelt je niet
  6. 12. iets wat je bedenkt
Down
  1. 1. uitproberen of iets ergens in, op of tussen passen
  2. 4. muur
  3. 6. een soort deurtje van hout dat aan de buitenkant van een raam zit
  4. 7. een klus, werk dat je moet doen
  5. 8. stokken waar je op kunt steunen als je moeilijk kunt lopen, bijvoorbeeld als je been is gebroken
  6. 10. iets is steeds hetzelfde, je verveelt je erbij