Thema 3 - week 3

12345678910
Across
  1. 5. Als je heel blij en tevreden bent.
  2. 7. Iets meemaken of ervaren.
  3. 9. Als iemand ergens nadeel van heeft.
  4. 10. Dit hebben mensen die nieuwe of mooie dingen bedenken.
Down
  1. 1. Dit gebruik je om dingen makkelijker te maken.
  2. 2. Als je niet blij bent en aan het mopperen bent.
  3. 3. In het begin.
  4. 4. Het is enorm.
  5. 6. van Als iemand ergens voordeel van heeft.
  6. 8. Iets aan elkaar vastmaken.