Across
- 4. Dertig minuten
- 5. Een duidelijke samenvatting.
- 7. Voor altijd.
- 9. Met de post of via de me-mail sturen / verzenden
- 12. Een lijst waarop alle dagen van het jaar staan.
- 14. Elke week
- 15. Een bepaald punt in de tijd.
- 16. Zestig minuten
- 18. Snel
- 20. Één keer.
- 21. De datum van de dag waarop je geboren bent.
- 22. Iets doen of ergens zijn.
Down
- 1. Bedenken wanneer iets gaat gebeuren
- 2. Iets wat snel voorbij is.
- 3. Daarna
- 6. Als eerste.
- 8. Wat je wilt bereiken.
- 10. Vijftien minuten
- 11. Van deze tijd.
- 13. Een bepaalde tijd.
- 17. Van of in de toekomst.
- 19. Een korte periode.
