thema 4 Hoe kom je er?

12345678910111213141516
Across
  1. 3. op een step rijden
  2. 10. iets waarin je kunt rijden, vliegen of varen
  3. 11. een lang voertuig dat rijdt over rails
  4. 12. ergens naartoe gaan voor je plezier
  5. 14. recht voor je uit
  6. 15. naar rechts
  7. 16. een tuin voor dieren
Down
  1. 1. naar links
  2. 2. niet vrij maar vast
  3. 4. een park met achtbanen en andere attracties
  4. 5. wandelwagentje dat je kunt inklappen
  5. 6. een voertuig waarin je kunt vliegen
  6. 7. aan het stuur van een voertuig zitten
  7. 8. een plank met wieltjes en een stuur
  8. 9. een sein
  9. 13. een teken om te waarschuwen