Thema 4 - week 1

12345678910111213
Across
  1. 2. De baas van de politie.
  2. 5. Iets wat je van te voren niet kunt voorzien.
  3. 6. Als je iets niet vaak gedaan hebt.
  4. 7. Op zo'n manier.
  5. 9. Een mogelijkheid ergens voor.
  6. 11. Heel erg enthousiast.
  7. 13. Goed opletten, voorzichtig zijn.
Down
  1. 1. Een agent die in een vaste wijk werkt.
  2. 3. Iemand die bij de politie werkt en boeven opspoort.
  3. 4. Bij veel mensen bekend en geliefd.
  4. 8. Iemand van wie de politie denkt dat hij iets strafbaars heeft gedaan.
  5. 10. Als je iets vaak gedaan hebt.
  6. 12. Twee mensen die bij elkaar horen.