Thema 4C IK ONTDEK - inoefenen WStoets BB

12345678910111213141516171819202122232425
Across
  1. 2. Een beeldscherm voor een computer, hetzelfde als de/het display.
  2. 4. Doorzichtig stukje in je oog waardoor je kan kijken.- Bol of hol doorzichtig voorwerp waardoor je iets duidelijker kunt zien.
  3. 7. Iets dat leeft en beweegt, een mens of dier.
  4. 8. Apparaat waarmee iets groter zichtbaar wordt dan het is
  5. 10. Kleine hoeveelheid om uit te proberen.
  6. 16. Versturen.
  7. 17. Dat wat je op kan vangen zodat je bijvoorbeeld naar de radio kan luisteren.
  8. 18. Iets dat met een bepaald doel is voorbereid of klaargemaakt
  9. 20. Hoe groot het is.
  10. 22. Horen, zien, ruiken of voelen.
  11. 23. Boot die onder water kan varen.
  12. 25. Als je makkelijk oplossingen voor problemen bedenkt.
Down
  1. 1. Uitproberen.
  2. 3. Steeds kort en fel licht geven, hetzelfde als fonkelen en twinkelen.
  3. 5. De keer dat iets niet goed meer werkt.
  4. 6. Personen of dingen bij elkaar brengen of met elkaar verbinden.
  5. 9. Ergens naar kijken.
  6. 11. Iets wat in dezelfde verhoudingen in het klein is nagemaakt.
  7. 12. Goed overwogen en veilig. .
  8. 13. Iets veranderen in iets anders.
  9. 14. Tangetje waarmee je kleine dingen vastpakt.
  10. 15. Zonder snoer.
  11. 19. Erachter proberen te komen door te zeggen wat je vermoedt
  12. 21. Niet nodig.
  13. 24. Een langwerpig hol voorwerp