Thema 5 - Week 2

1234567891011121314
Across
  1. 10. Je hebt geen contact meer met iemand waarmee je eerst wel contact had.
  2. 12. Een proefmodel.
  3. 13. Heel precies.
  4. 14. Van nu, van deze tijd.
Down
  1. 1. Als iets vernieuwend is.
  2. 2. Geschikt voor het doel.
  3. 3. Het laten zien hoe iets werkt.
  4. 4. Als je gemakkelijk overal een oplossing voor weet.
  5. 5. Het is ongeveer.
  6. 6. Je maakt een opmerking die precies zegt hoe het zit.
  7. 7. Iemand die ergens bijzonder goed in is.
  8. 8. De kans op gevaar of iets vervelends.
  9. 9. Een toespraak voor een gezelschap mensen.
  10. 11. De reden dat iets gebeurt.