Thema 6 - Week 3

1234567891011
Across
  1. 1. De taal die mensen met hetzelfde beroep met elkaar gebruiken.
  2. 3. Genoeg hebben aan.
  3. 6. Iets waar je als persoon beter van wordt, in de vorm van geld of een ervaring.
  4. 8. De schuld leggen bij.
  5. 9. Van alles door elkaar.
  6. 10. Zoveel je maar wilt.
  7. 11. Beweren, zeggen dat iets zo is.
Down
  1. 1. Iets waar je als persoon slechter, armer van wordt.
  2. 2. Langzaam en geleidelijk.
  3. 4. Een taal met eigen woorden en zinnen die jongeren onder elkaar gebruiken.
  4. 5. Het blindenalfabet.
  5. 7. Heel erg raar, belachelijk.