Across
- 1. De taal die mensen met hetzelfde beroep met elkaar gebruiken.
- 3. Genoeg hebben aan.
- 6. Iets waar je als persoon beter van wordt, in de vorm van geld of een ervaring.
- 8. De schuld leggen bij.
- 9. Van alles door elkaar.
- 10. Zoveel je maar wilt.
- 11. Beweren, zeggen dat iets zo is.
Down
- 1. Iets waar je als persoon slechter, armer van wordt.
- 2. Langzaam en geleidelijk.
- 4. Een taal met eigen woorden en zinnen die jongeren onder elkaar gebruiken.
- 5. Het blindenalfabet.
- 7. Heel erg raar, belachelijk.
