Across
- 4. Dit is iemand die verdacht wordt van een misdaad.
- 7. Dit is een gebeurtenis wanneer je iets hebt gedaan dat niet mag.
- 8. Hier ga je naartoe om je boodschappen te doen.
- 10. Dit doe je aan als je het koud hebt.
- 13. Dit is informatie over iemand.
Down
- 1. Dit heb je nodig om foto's te trekken.
- 2. Dit instrument maakt je in de ochtend wakker.
- 3. Dit is de persoon die een misdaad heeft gepleegd.
- 4. Wanneer een persoon iemand heeft gedood.
- 5. De tafel waar de juf aan zit in de klas.
- 6. Als je een tekst hebt kan je die .... met een code.
- 9. Met dit instrument horen anderen je stem luider.
- 11. Hiermee schrijf je.
- 12. In dit gebouw slaap je als je ergens op vakantie bent.
