Themawoorden thema 5 les 6a

1234567891011
Across
  1. 2. Dieren die gewend zijn aan mensen. Je kunt ze aaien.
  2. 5. Iemand die voor mensen, planten of dieren zorgt.
  3. 6. Iets doen, ergens mee bezig zijn.
  4. 8. Een klein konijn dat mensen vaak als huisdier hebben.
  5. 9. Je doet wat er wordt gezegd.
  6. 10. Iemand probeert je te helpen. Hij zegt wat je volgens hem het beste kunt doen.
  7. 11. Een tekst die uitlegt hoe je een apparaat moet gebruiken.
Down
  1. 1. Een vogeltje dat zingt. Het is vaak geel.
  2. 3. Doodgaan van de honger.
  3. 4. Een tam dier dat bij mensen woont.
  4. 7. Dieren die niet gewend zijn aan mensen. Je kunt ze niet aaien.