TONEEL

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 5. Geschreven beoordeling van een toneelstuk
  2. 6. Toneelspeelster
  3. 7. Een gesprek tussen twee personen
  4. 9. Een gesprek met maar één persoon (met jezelf en luidop)
  5. 10. Iemand die de rollen verdeelt en de acteurs begeleidt
  6. 15. Het opmaken van de acteurs
  7. 18. Iemand die bedenkt hoe de kostuums eruit moeten zien
  8. 19. Het ubliek laat merken dat ze het optreden goed vonden
  9. 20. Ineens je tekst vergeten
  10. 21. Geluidskwaliteit van een zaal
  11. 22. Speelt mee maar heeft geen tekst
Down
  1. 1. Heb je als je samen met je klas een toneelstuk maakt
  2. 2. Een afgerond hoofdstuk van een toneelstuk
  3. 3. Echo die soams ontstaat in een theater
  4. 4. Het inoefenen van het teoneelstuk
  5. 8. Fluistert de tekst voor de acteurs met geheugenverlies
  6. 11. Een voorstelling die op straat gegeven wordt
  7. 12. Uitgewerkt plan over waar de lichten hangen
  8. 13. Zenuwen op het podium
  9. 14. Zwarte gordijnen of schotten aan de zijkant van een podium
  10. 16. Woorden zeggen die niet van ter voren bedacht zijn
  11. 17. Iemand die het decor bouwt