Across
- 2. het hoog in je ...(3) hebben
- 7. met ...(8) geslagen zijn
- 9. iemand ...(5) leren
- 10. de hand in eigen ...(6) steken
- 13. iemand een ...(4) uitdraaien
- 14. te veel hooi op je ...(4) nemen
- 15. het te ...(6) maken
- 17. iets in de melk te ...(9) hebben
- 18. voet bij ...(4) houden
- 19. de vinger aan de ...(4) houden
- 20. het vijfde ...(4) aan de wagen zijn
- 21. iemand als een ...(8) behandelen
- 24. iemand op de ...(4) jagen
- 25. met een natte ...(6) te lijmen zijn
- 29. je ...(4) luchten
- 30. alle ...(6) te buiten gaan
- 31. iemand de ...(6) op het lijf jagen
- 32. met een schone ...(3) beginnen
- 33. tranen met ...(6) huilen
- 34. de ...(5) op de som nemen
- 36. door merg en ...(4) gaan
- 37. ’m knijpen als een oude ...(4)
Down
- 1. iets uit de losse ...(4) doen
- 3. op je ...(6) zijn
- 4. ergens een ...(6) voor steken
- 5. roeien met de ...(6) die je hebt
- 6. een fluitje van een ...(4) zijn
- 8. met stille ...(4) vertrekken
- 11. een blinde ...(4) voor iets hebben
- 12. iemand in de ...(6) leggen
- 13. iemand een ...(6) laten ruiken
- 15. je ...(7) in goud waard zijn
- 16. een ...(3) in de lucht springen
- 18. te hard van ...(6) lopen
- 21. holle ...(5) klinken het hardst
- 22. het ...(4) lijf redden
- 23. over je ...(4) heen regeren
- 25. geen ...(3) verroeren
- 26. honger maakt ...(5) bonen zoet
- 27. iets hoog in het ...(7) hebben
- 28. nood breekt ...(3)
- 35. iemand een ...(3) voor ogen draaien
