Unit 1 to 4 - nouns

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124
Across
  1. 2. band die je om je middel draagt
  2. 4. zus van je vader of moeder
  3. 7. dun afgesneden stuk
  4. 9. hoge schoenen die je voeten en enkels bedekken
  5. 12. man die gasten bedient in een restaurant
  6. 13. mogelijkheid om ergens binnen te gaan of iets te gebruiken
  7. 14. iets dat dient ter verduidelijking
  8. 21. moeder van je vader of moeder
  9. 22. korte mededeling
  10. 23. vader van je vader of moeder
  11. 27. gegevens of uitleg over iets
  12. 28. gevoel of stemming in een ruimte
  13. 29. iets dat niet correct is gedaan
  14. 31. stof die stroomt en geen vaste vorm heeft
  15. 33. informele benaming voor een man of jongen
  16. 34. hoofddeksel met een klep
  17. 35. sieraad dat je in je oor draagt
  18. 37. persoon die iets koopt in een winkel
  19. 39. wat je met je tong waarneemt
  20. 41. dish extra gerecht naast het hoofdgerecht
  21. 44. vlees afkomstig van een varken
  22. 45. uitleg hoe je ergens kunt komen
  23. 46. pan platte pan om in te bakken
  24. 47. kledingstuk dat uit één stuk bestaat
  25. 49. ruimte waar mensen werken
  26. 50. onverwachte gebeurtenis
  27. 51. georganiseerde reis langs verschillende plaatsen
  28. 52. plan of gedachte
  29. 58. afwezigheid van geluid
  30. 59. slaginstrumenten die je met stokken bespeelt
  31. 62. persoon die muziek maakt
  32. 64. situatie waarin mensen strijden om te winnen
  33. 65. totale hoeveelheid van iets
  34. 68. activiteiten die je in je vrije tijd doet
  35. 71. geld dat je moet betalen voor iets
  36. 73. reden waarom iets gebeurt
  37. 74. bewijs dat je iets hebt betaald
  38. 75. dik, vet deel van melk
  39. 81. organisatie die mensen in nood helpt
  40. 82. voorwerp dat beschermt tegen regen
  41. 83. lichte schoenen om te sporten
  42. 85. kledingstuk met twee pijpen
  43. 88. mannelijke partner in een relatie
  44. 90. lange smalle lijn
  45. 92. tag kaartje waarop het bedrag staat
  46. 93. persoon die aandachtig luistert
  47. 94. dochter van je broer of zus
  48. 95. bedrag dat je betaalt voor iets
  49. 96. kledingstuk voor het bovenlichaam
  50. 99. kind van je oom of tante
  51. 101. warm kledingstuk met lange mouwen
  52. 104. warme gefrituurde aardappelreepjes
  53. 106. spullen die je nodig hebt voor een activiteit
  54. 109. live muziekoptreden
  55. 110. openbare presentatie van kunst of producten
  56. 112. plaats om te zitten
  57. 113. persoon die iemand helpt bij werk
  58. 115. kledingstukken voor om je handen
  59. 120. verhoogde plek voor optredens
  60. 121. mensen die dichtbij je wonen
  61. 122. blad met dagelijks nieuws
  62. 124. manier waarop iets gebeurt
Down
  1. 1. persoon die op bezoek komt
  2. 3. het schoonmaken van borden en bestek na het eten
  3. 5. moment waarop je eet
  4. 6. dingen of mensen naast elkaar in een lijn
  5. 8. kledingstuk voor het bovenlichaam
  6. 10. koud gerecht met rauwe groenten
  7. 11. persoon die bij een groep hoort
  8. 15. hoeveelheid eten voor één persoon
  9. 16. wat je ziet vanaf een bepaalde plek
  10. 17. heels schoenen met een hoge hak
  11. 18. document dat je moet invullen
  12. 19. sierobjecten zoals ringen en kettingen
  13. 20. kort jasje dat je over andere kleding draagt
  14. 24. room kamer waar je maaltijden eet
  15. 25. het einde van een reeks
  16. 26. los en wijd zittend (kleding)
  17. 30. bril ter bescherming tegen fel licht
  18. 32. tijdschrift dat regelmatig verschijnt
  19. 36. beslissing tussen verschillende mogelijkheden
  20. 38. uitleg hoe je een gerecht maakt
  21. 40. professionele kok in een restaurant
  22. 41. korte broek boven de knie
  23. 42. grote tropische noot met harde schil
  24. 43. klein rond voorwerp om kleding te sluiten
  25. 44. beloning voor de winnaar
  26. 48. klaargemaakt eten
  27. 53. het brengen van bestelde goederen
  28. 54. raad die je iemand geeft
  29. 55. materiaal gemaakt van dierenhuid
  30. 56. persoon die zingt
  31. 57. cube klein blokje bevroren water
  32. 60. kleine witte graankorrels die je kookt
  33. 61. grote beker met oor
  34. 63. groot zitmeubel voor meerdere personen
  35. 66. assistant persoon die klanten helpt in een winkel
  36. 67. eerste gang van een maaltijd
  37. 69. verzoek om ergens naartoe te komen
  38. 70. afmeting of maat van iets
  39. 71. dunne, knapperige aardappelschijfjes uit een zak
  40. 72. bijeenkomst om iets te vieren
  41. 76. geheime code om toegang te krijgen
  42. 77. verzameling spullen voor een bepaald doel
  43. 78. vis met roze vlees
  44. 79. apparaat waarin je eten koel bewaart
  45. 80. ingenaaide ruimte in kleding
  46. 84. kast voor het opbergen van kleding
  47. 86. kleine kraam om goederen te verkopen
  48. 87. zoon van je broer of zus
  49. 89. harde plaat op een teen
  50. 91. middelste punt van iets
  51. 97. course belangrijkste gerecht van een maaltijd
  52. 98. mening of reactie op iets
  53. 100. combinatie van kledingstukken
  54. 102. kleine verpakking met inhoud
  55. 103. geschreven stuk in een krant of tijdschrift
  56. 105. wat je kunt horen
  57. 107. plank om spullen op te zetten
  58. 108. zoet gerecht na de hoofdmaaltijd
  59. 111. diepe pan met lange steel
  60. 114. nette combinatie van jasje en broek of rok
  61. 116. afzonderlijke delen van een trap
  62. 117. onderste oppervlak van een kamer
  63. 118. stuk vlees dat wordt gebakken
  64. 119. club groep waar mensen toneel spelen
  65. 123. twee dingen die bij elkaar horen