Across
- 3. gewas
- 8. woordspeling
- 9. serveerder
- 11. verbeteren
- 14. verminderen
- 15. naar,vreselijk
- 16. terwijl
- 18. wachtrij
- 20. nadruk
- 23. dringend
- 24. meerderheid
- 27. pesten
- 28. minder belangrijk, kleiner
- 31. opmerkelijk
- 32. doorzetten
Down
- 1. twee weken
- 2. enthousiast
- 4. vertrekken
- 5. vervolgens
- 6. houding
- 7. verdriet
- 10. omstandigheden
- 12. plechtig beloven
- 13. nastreven
- 17. nauwkeurig
- 19. waarde
- 21. ellende
- 22. weergave, verbeelding
- 25. signaal
- 26. ingewikkeld
- 29. afgelegen
- 30. uiteenlopend
