Across
- 1. laten afdruipen
- 4. vermijden
- 6. heerlijk
- 10. frustrerend
- 12. geblokkeerd
- 13. bestemming
- 15. belastingvrij
- 18. liften
- 22. herstellen
- 24. aansluiten
- 26. onderhouden
- 27. boete, straf
- 28. smaak
- 30. lek
- 31. groenten
- 33. accommodatie, onderdak
- 36. aanvragen
- 38. gevaar
- 39. kom
- 40. voorkomen
- 44. vereisen, nodig hebben
- 45. verantwoordelijk
- 48. zeven
- 49. beschouwen
- 50. beslag
- 51. in het algemeen
- 52. veiligheid
Down
- 2. toestaan
- 3. extra,aanvullend
- 4. vliegveld
- 5. ergerlijk
- 7. passend
- 8. tenzij
- 9. rechtdoorzee
- 11. drank
- 14. valuta
- 16. reizen
- 17. ontwikkelen
- 19. verwonding
- 20. gelegenheid
- 21. verzekering
- 23. moeilijk
- 25. vaststellen
- 29. beschikbaarheid
- 32. stopcontact
- 34. of,hetzij
- 35. oplossen
- 37. kwetsbaar
- 41. iemand ergens aan herinneren
- 42. slachtoffers
- 43. verward
- 46. werknemers
- 47. opscheppen
- 50. breuk, schending
