Unité 34

12345678910111213141516171819202122232425262728
Across
  1. 2. Doe je aan je voeten
  2. 4. Het koudste seizoen waarin het wel eens sneeuwt.
  3. 5. ... neemt u?
  4. 8. Op de tafel staat een vaas met ... (mv.)
  5. 9. Dier waarop de mens al eens rijdt.
  6. 11. Dier dat knort.
  7. 12. Er is veel wind. Het ... hard.
  8. 15. We vertrekken naar Frankrijk. Mijn ... staat al klaar.
  9. 17. Tijdens het weekend gaan we vaak ... in de natuur.
  10. 20. We doen dit samen, ... doet mee!
  11. 21. Een plek waar heel veel bomen staan.
  12. 24. Ik houd van bloemen, bomen, dieren, enz. Ik houd van de ...
  13. 25. Dier waarvan we de melk drinken
  14. 26. Het seizoen waarin de vogels eieren leggen, de bomen terug bladeren krijgen,...
  15. 27. Heb jij morgen een wedstrijd? Veel ...!
Down
  1. 1. Het warmste seizoen. De grote vakantie valt is in dit seizoen.
  2. 3. Gisteren was het goed weer. Vandaag geven ze ... goed weer.
  3. 5. Fietsen is erg lastig. Er is veel ...
  4. 6. Een deel van een boom
  5. 7. De Nederlandstalige kinderen uit de klas wonen in ...
  6. 9. Niet in de stad maar op HET...
  7. 10. Mannetje van de kip.
  8. 13. De Franstalige kinderen uit de klas wonen in ...
  9. 14. Dit is het seizoen waar de bomen hun bladeren verliezen.
  10. 16. Het is mooi weer, de zon ...
  11. 18. België ligt in het werelddeel ...
  12. 19. Om te gaan skiën trekken we altijd naar de ... (mv.)
  13. 22. Om te skiën heb je ... nodig.
  14. 23. Wij wonen niet in de stad maar op DE ...
  15. 28. Dier dat eieren legt.