kruiswoordpuzzel werkwoordspelling

123456789101112131415161718
Across
  1. 3. Hij (zijn) vorige week thuis gebleven (VT)
  2. 4. De brief is gepost. De (posten) brief.
  3. 7. Al (vliegen) ging hij naar Suriname.
  4. 9. De (vergroten) foto is helaas wazig geworden.
  5. 11. Wat is het vdw van zweren?
  6. 13. Wat is het vdw van paintballen?
  7. 14. Ik (verliezen) mijn evenwicht (VT)
  8. 17. Het publiek (juichen) gister hard tijdens de finale. (VT)
  9. 18. De jongen (verlaten) het meisje om op reis te gaan (vt).
Down
  1. 1. Vanochtend, op weg naar school (misten) het heel erg.
  2. 2. Hij (Wachten) gisteren wel een uur.
  3. 4. De koning en zijn vrouw (groeten) vorig jaar op Koningsdag niemand.
  4. 5. Hij (liften) vorig jaar zomer heel Europa door. (VT)
  5. 6. (Zuchten) liet de ober zich op een stoel zakken.
  6. 7. Zij (verwonden) zich aan de struik. (vt)
  7. 8. Ik heb gister heerlijk (relaxen).
  8. 10. Met man en macht (trachten) de hulpdiensten de slachtoffers te redden (vt).
  9. 12. Het schip is gestrand. Het (stranden) schip.
  10. 15. Wat is het vdw van bezoeken?
  11. 16. Het onvlotooid deelwoord van lopen