Across
- 4. -Vermeerderen, voor nageslacht zorgen.
- 7. -Het opeten van een soortgenoot als gewoonte hebben.
- 10. -Heel klein.
- 11. -De man of vrouw waarmee je samenleeft of waarmee je getrouwd bent.
- 12. -Nadoen.
- 16. -Een dier dat leeft op of in een ander dier of mens.
- 17. -Doorstaan, verduren.
- 18. -Erg aan iets of iemand gehecht zijn en er graag steeds bij in de buurt willen zijn.
- 19. -Heel bijzonder, weinig voorkomend.
- 20. -Zo groot dat je het niet meer kunt meten.
Down
- 1. -Veel indruk op anderen maken.
- 2. -Een vangarm, een lange kronkelige arm die sommige dieren aan hun lijf hebben.
- 3. -Een afwijking, een vreemde vorm bij mensen, dieren of planten.
- 5. -In een groep vliegen.
- 6. -De gedaanteverwisseling, een sterke verandering van uiterlijk.
- 8. -Iemand ergens toe overhalen.
- 9. -Boos en gemeen.
- 13. -Heel anders dan anders en daarom opvallend.
- 14. -Zonder twijfel doen wat je van plan bent.
- 15. -Onnozel, als je nergens iets achter zoekt en te goed van vertrouwen bent.
