kruiswoordpuzzel over Contextuele theorieën

123456789101112131415161718
Across
  1. 2. De theorie van de levensloop
  2. 4. Een voorbeeld van externaliserende problemen is.....?
  3. 5. Dit principe stelt dat de impact van bepaalde historische gebeurtenissen afhankelijk is van het moment waarop ze optreden in iemands leven
  4. 7. Het vermogen om de oude vorm weer aan te nemen nadat men een deuk heeft opgelopen
  5. 8. Een voorbeeld van normatieve invloed die gebonden is aan leeftijd is.....?
  6. 9. Een voorbeeld van internaliserend probleemgedrag is.....?
  7. 12. Dit principe dat individuen een invloed hebben op hun eigen leven door de keuzes die ze maken en de acties die ze ondernemen binnen de mogelijkheden en beperkingen van de historische en sociale context
  8. 13. De systemen waarmee jongeren zelf niet rechtstreeks in contact komen, maar die toch invloed hebben op hun gedrag en ontwikkeling
  9. 14. In iedere fase van de ontwikkeling geldt een aantal....
  10. 17. Het niveau dat het verst verwijderd is van de onmiddellijke ervaring van de jongere en kan worden omschreven als de cultuur waartoe de adolescent behoort
  11. 18. Het systeem wat de wederzijdse verbindingen en processen die optreden tussen twee of meer onderdelen van het microsysteem
Down
  1. 1. Een verzameling van activiteiten en relaties in de onmiddelijke en persoonlijke omgeving van de jongere.
  2. 3. De aansluiting tussen de eigenschappen van het individu en de kenmerken van de omgeving (engels woord)
  3. 4. Dit principe stelt dat sociale en historische invloeden tot uitdrukking komen in een netwerk van gedeelde relaties en levens die onderling zijn verbonden
  4. 6. Dit principe stelt dat de levensloop van individuen is ingebed in en wordt vormgegeven door de historische context
  5. 10. De ommekeer bij meisjes die in de adolescentie onvoldoende autonomie ontwikkelen ten opzichte van hun moeder en regelmatig in conflicten terechtkomen
  6. 11. De volgorde, opleiding afmaken, werk zoeken, trouwen en kinderen kijken noemen we ook wel een .....?
  7. 15. Een voorbeeld van normatieve invloed die gebonden is aan belangrijke levensgebeurtenissen is.....?
  8. 16. De interactie tussen de kenmerken van de school en de eigenschappen van de jongere noemen we in de ontwikkelingspsychologie ook wel een .....?