vakantie

12345678910111213
Across
  1. 3. je kan er in verblijven.
  2. 5. je kan er in de zon mee spelen.
  3. 9. om je geld in te bewaren.
  4. 10. je kunt er vanaf gaan.
  5. 11. je kan er mee onder water kijken.
  6. 12. je kunt er vanaf springen.
  7. 13. je kan je je in afkoelen.
Down
  1. 1. ongedierte in sommige landen.
  2. 2. kleine kindjes hebben dit misschien nog nodig om te zwemmen.
  3. 3. je kan je er mee afdrogen.
  4. 4. je kan er onder gaan liggen als je aan de zee bent.
  5. 6. dit gebruik je als de zon te fel is.
  6. 7. het is een vervoermiddel om mee op vakantie te gaan.
  7. 8. waar ga je in de zomer naar toe?
  8. 11. als de zon in je ogen schijnt.