Across
- 1. Daar ga je naartoe.
- 2. iets dat je koopt
- 5. kleine kreeft.
- 7. Stuk grond.
- 8. sac de couchage.
- 12. Touriste.
- 13. Belgen eten dat graag.
- 14. Mooi gebouw.
Down
- 1. Zonnebaden.
- 3. Patrick.
- 4. Guide
- 6. Voyager
- 9. Bagages
- 10. Partir.
- 11. onderwater zwemmen.
