Across
- 3. je kan alles doen en zeggen.
- 5. je beweegt veel.
- 6. er spoelen dingen aan.
- 8. er staan veel caravans.
- 9. een aandenken va waar je bent geweest.
- 10. je kan altijd op ze rekenen.
- 11. er zijn veel mensen en het is druk.
- 12. er komen mensen op ......
- 14. als je naar een ander land gaat .... je.
- 15. je maakt ze met je camera.
Down
- 1. je kan er in zwemmen.
- 2. je kan er roomservice bestellen.
- 4. een ander woord voor lol.
- 7. het is de grootste ster in het heelal.
- 8. je gebruikt het om een persoon te verplaatsen.
- 13. een ander word voor eten.
