vakantie

123456789101112131415
Across
  1. 3. je kan alles doen en zeggen.
  2. 5. je beweegt veel.
  3. 6. er spoelen dingen aan.
  4. 8. er staan veel caravans.
  5. 9. een aandenken va waar je bent geweest.
  6. 10. je kan altijd op ze rekenen.
  7. 11. er zijn veel mensen en het is druk.
  8. 12. er komen mensen op ......
  9. 14. als je naar een ander land gaat .... je.
  10. 15. je maakt ze met je camera.
Down
  1. 1. je kan er in zwemmen.
  2. 2. je kan er roomservice bestellen.
  3. 4. een ander woord voor lol.
  4. 7. het is de grootste ster in het heelal.
  5. 8. je gebruikt het om een persoon te verplaatsen.
  6. 13. een ander word voor eten.