Across
- 1. Hiermee was je je handen.
- 6. Dit zet je op als je ogen niet goed zijn en je beter wil zien.
- 8. Hier ga je boodschappen doen.
- 9. Hierin slaap je.
- 10. Hiermee droog je af.
- 11. Dit doe je als je verdrietig bent.
- 14. Dat geeft de koe.
- 15. Dit doe je aan je voeten als je naar buiten gaat.
- 17. Daar komt muziek uit.
- 20. Hierdoor kan je naar buiten kijken.
- 22. Dit komt uit de kraan.
Down
- 2. Hiermee schrijf je.
- 3. Dat legt de kip.
- 4. Dit doe je als je iets grappigs hoort of ziet.
- 5. Hiermee kan je bellen.
- 6. Hierin kan je lezen.
- 7. Dit doe je in een boek.
- 11. Dat geeft het schaap.
- 12. Hierop kan je het uur lezen.
- 13. Dit heb je als je lang niet gegeten hebt.
- 15. Versturen van korte berichtjes.
- 16. Dit krijg je als je lang niet gedronken hebt.
- 18. Dit kan je open maken en naar binnen of buiten gaan.
- 19. Dit doe je aan als je naar buiten gaat en het fris is.
- 21. Dit wordt je als het regent.
