Across
- 4. Waar ze ook ..., ze vond haar sleutels nergens. (imperfectum)
- 5. Zij is erg onbeleefd geweest. Zij ... op de grond. (imperfectum)
- 7. Ze had het gezellig gemaakt: ze had kaarsjes ... (participium)
- 9. Hij had spijt van zijn reactie dus ... hij zijn excuses aan. (imperfectum)
- 12. Hij is ... aan de halte 'Meir'. (participium)
- 13. Je ... niet goed, omdat hij dialect sprak. (imperfectum)
- 15. Ze ... de hele familie uit voor Kerstmis. (imperfectum)
Down
- 1. Ik heb een slecht examen gemaakt. Ik ... geen enkel antwoord! (imperfectum)
- 2. Hij ... 3 broeken en 5 hemden in de solden. (imperfectum)
- 3. Heeft hij de rekening ... ? (participium)
- 6. Het is heel koud geweest: het heeft drie nachten ... (participium)
- 8. Wij zijn al om 6u ... (participium)
- 10. De ober ... ons het menu. (imperfectum)
- 11. Het is feest! Hij heeft een fles champagne ... (participium)
- 14. Uit beleefdheid ... ze haar schoenen uit. (imperfectum)
