verbos irregulares 1-6

12345678910111213141516171819202122
Across
  1. 1. hij is (hij bevindt zich)
  2. 3. hij vindt
  3. 5. jij weet
  4. 7. wij gaan terug
  5. 10. jullie vinden
  6. 13. zij willen liever
  7. 14. zij denkt
  8. 15. jullie gaan weg; jullie gaan naar buiten
  9. 17. wij willen
  10. 18. jij bent (je bevindt je)
  11. 20. jij kunt, jij mag
  12. 21. ik ben
  13. 22. ik ga weg; ik ga naar buiten
Down
  1. 2. hij heeft
  2. 4. u vindt
  3. 5. zij zijn
  4. 6. jullie kunnen
  5. 8. wij willen liever
  6. 9. jullie hebben
  7. 11. zij gaan terug
  8. 12. wij denken
  9. 16. wij hebben
  10. 17. ik wil
  11. 19. ik weet