VERLEDEN TIJD

12345678910111213141516171819
Across
  1. 2. De eerste auto ... (rijden) niet meer dan 30 km per uur.
  2. 5. Toen ik klein was, ... (eten) elke dag een spiegelei.
  3. 7. De prins en de prinses ... (leven) nog lang en gelukkig.
  4. 8. En toen ... (horen) ik plots een vreemd geluid!
  5. 9. Weet jij wie de gloeilamp heeft ... (uitvinden)?
  6. 10. De dieven hebben meer dan 2000 fietsen ... (stelen).
  7. 14. De man kwam binnen en ... (hangen) zijn jas aan de kapstok.
  8. 15. Vroeger ... (doen) jij nooit suiker in je thee en nu wel.
  9. 16. Toen ik thuiskwam, ... (koken) mijn moeder heerlijke soep.
  10. 17. Op kerstavond ... (openen) de kinderen de cadeautjes.
  11. 19. ... (weten) jij wie het gedaan had?
Down
  1. 1. Zij ... (zetten) elke ochtend om 8 uur koffie.
  2. 3. Mijn zus ... (wachten) wel drie dagen.
  3. 4. ... (kunnen) jullie vorig jaar al Nederlands spreken?
  4. 6. Ik heb mijn been ... (breken).
  5. 10. De dokters ... (genezen) de patiƫnt.
  6. 11. Wanneer heeft Columbus Amerika ... (ontdekken)?
  7. 12. Het was al laat, maar Jan ... (willen) nog niet naar huis.
  8. 13. Vroeger ... (zijn) de mensen in Belgiƫ vaak arm.
  9. 18. Toen zij klein was, ... (dansen) ze graag.