Across
- 3. scheef
- 6. maf
- 11. blijkbaar, duidelijk
- 13. tegenstrijdigheid
- 14. onlogisch
- 15. star
- 19. analyse
- 22. bedrijf, kantoor
- 23. overvloed
- 28. twee weken
- 31. honden-
- 32. in het bijzonder
- 34. ontmoeting
- 36. uitlijnen
- 37. signaal
Down
- 1. face wijzerplaat
- 2. grap, streek
- 4. specificeren
- 5. hoofdletters
- 7. belangeloosheid
- 8. verspreiden
- 9. affairs actuele, lopende zaken
- 10. verdriet
- 12. blikje
- 13. beeldbepalend
- 16. durf
- 17. overvloedig
- 18. liefhebbend
- 20. ontwerpen, opstellen
- 21. wijzigen
- 24. griezelig
- 25. from trekken uit
- 26. schrokken
- 27. voortdurende
- 29. een Brit die uit de EU wil(-de)
- 30. about flauwekullen
- 33. een Brit die bij de EU wil(-de) blijven
- 35. (zich) uitleven in
