Across
- 4. De (laagste) voorraadhoogte van een artikel waarbij je zeker een bestelling moet plaatsen om neen-verkoop te voorkomen.
- 5. Een klantenorder of klantenvraag waaraan niet kan worden voldaan.
- 6. De waarde van de goederen die volgens de boekhouding op een bepaald tijdstip aanwezig is in het magazijn [euro]. De feitelijke waarde van de voorraad kan hiervan afwijken (bijvoorbeeld door diefstal).
- 7. Het aantal goederen dat op een bepaald moment fysiek aanwezig is in het magazijn. Dit aantal kan om twee redenen afwijken van de economische voorraad: leveringsverschillen (wel verkocht, maar nog niet geleverd bijvoorbeeld) en boekingsverschillen (de oudste exemplaren zijn afgeboekt, terwijl de laatst binnengekomen goederen zijn afgeleverd) [stuks].
- 9. De grootste voorraad die je wenst aan te houden, hierbij wordt rekening gehouden met het budget en de beschikbare ruimte, maar ook met tijd.
- 10. bestelmoment op een vast tijdstip, bijvoorbeeld één keer per maand of week
Down
- 1. de totale voorraad min de vaste voorraad
- 2. Voorraad van een bepaald artikel of artikelgroep die gehouden wordt om buitengewone fluctuaties binnen de verkopen op te vangen en neen-verkoop te vermijden.
- 3. bestelmoment dat samenvalt met het moment waarop de voorraad het bestelniveau bereikt of daar zelfs onder zakt
- 8. Het artikel is niet meer voorradig.
