voorraadbeheer

12345678910
Across
  1. 4. De (laagste) voorraadhoogte van een artikel waarbij je zeker een bestelling moet plaatsen om neen-verkoop te voorkomen.
  2. 5. Een klantenorder of klantenvraag waaraan niet kan worden voldaan.
  3. 6. De waarde van de goederen die volgens de boekhouding op een bepaald tijdstip aanwezig is in het magazijn [euro]. De feitelijke waarde van de voorraad kan hiervan afwijken (bijvoorbeeld door diefstal).
  4. 7. Het aantal goederen dat op een bepaald moment fysiek aanwezig is in het magazijn. Dit aantal kan om twee redenen afwijken van de economische voorraad: leveringsverschillen (wel verkocht, maar nog niet geleverd bijvoorbeeld) en boekingsverschillen (de oudste exemplaren zijn afgeboekt, terwijl de laatst binnengekomen goederen zijn afgeleverd) [stuks].
  5. 9. De grootste voorraad die je wenst aan te houden, hierbij wordt rekening gehouden met het budget en de beschikbare ruimte, maar ook met tijd.
  6. 10. bestelmoment op een vast tijdstip, bijvoorbeeld één keer per maand of week
Down
  1. 1. de totale voorraad min de vaste voorraad
  2. 2. Voorraad van een bepaald artikel of artikelgroep die gehouden wordt om buitengewone fluctuaties binnen de verkopen op te vangen en neen-verkoop te vermijden.
  3. 3. bestelmoment dat samenvalt met het moment waarop de voorraad het bestelniveau bereikt of daar zelfs onder zakt
  4. 8. Het artikel is niet meer voorradig.