Across
- 2. Hoewel
- 4. Een kopje koffie of thee dat maar half vol geschonken wordt.
- 9. Meemaken. Ervaren
- 14. Op een slordige mannier.
- 15. Op een opvallende plek staan, liggen of hangen
- 16. Weer. Opnieuw
- 17. Denken dat iets waar is
- 18. Zorgen dat iemand iets niet doet. Tegenhouden
- 19. Helemaal niets meer kunnen.
Down
- 1. Net zoals… Het is alsof….
- 3. Ook
- 5. Aan beide kanten
- 6. Iemand aansporen om iets te doen. Zorgen dat hij het leuk gaan vinden.
- 7. Sinds lange tijd
- 8. Snel, direct
- 10. In het begin.
- 11. Een beslissende nederlaag krijgen
- 12. Met iets omgaan. Iets gebruiken.
- 13. Iemand in dienst nemen.
